centrum voor architectuur & ruimtelijke kwaliteit

Broodje Energie: Van Erfgoedwaarde naar Ontwerpprincipe

17 november 2016

Door Nils Treffers, projectingenieur bij Research group Renewable Resources, NHL Hogeschool.

Wat: Lunchlezing ‘Broodje Energie
Datum: Donderdag 17 november 2016
Waar: NHL Hogeschool, Rengerslaan 10, Leeuwarden, A0.011

Programma:

12.15 uur Inloop met broodje
12.30 uur Welkom en mededelingen, Johannes van der Steen
12.40 uur Gastspreker Nils Treffers
13.20 uur Discussie en afsluiting

Aanmelden: De toegang is gratis, graag hier aanmelden.

De Bloemenbuurt in Groningen is een arbeidersbuurt van bijna 900 huishoudens en is ontworpen volgens de tuinstad-gedachte. Net als in veel andere buurten is ook hier een behoefte aan zonne-energie kenbaar gemaakt. De realisatie blijkt echter lastig vanwege de wettelijke erfgoedstatus van de buurt. Zoeken we naar oplossingen vanuit bestaande erfgoedadviezen, dan lijkt er niet meer mogelijk dan een magere ambitie: ‘doe het reversibel en buiten het zicht van de openbare ruimte’. Aan u de vraag: gebruiken we erfgoedwaarde als inspiratiebron voor nieuwe ontwikkelingen of als beperking daarvan?

Hoe kan het dat de durf en kwaliteit in de vormgeving van de Bloemenbuurt leidt tot precies hetzelfde erfgoedadvies als al het andere erfgoed in Nederland? Moeten we de uitdrukking van de tuinstad-idealen van 100 jaar geleden niet opnieuw interpreteren en zoeken naar een hernieuwde relevantie? Is juist de zichtbaarheid van zonne-energie niet juist een kans daarvoor? Als de ontwerpers van toen nu zouden leven, zouden ze dan die zonne-energie buiten het zicht willen houden?

Gefascineerd door het erfgoed, maar evenredig gefrustreerd door de beperkende rol daarvan zocht ik naar antwoorden op deze vragen. Al gauw begaf ik me in een intensief onderzoeks- en ontwerptraject naar drie vakgebieden: zonne-energie, bouwhistorisch onderzoek en ruimtelijk ontwerp. In Juli 2016 studeerde ik af met dit onderzoek als bouwkundig ingenieur met een specialisatie richting stedenbouw. De extreem oude erfgoedwaarde en nieuwe technologische behoeften leverden niet alleen interessante ontwerpvoorstellen op, maar dwingen ook tot een filosofische grondhouding voorbij erfgoed. Het dwong om niet bang te zijn voor de zichtbaarheid van duurzame maatregelen, maar om deze juist te benutten als betekenisvolle en hedendaagse toevoeging op bestaande waarden.